Het mannensieraad als onderwerp voor het populaire sieraad vormt de meest toepasselijk afsluiting. Dat mannen aan het einde van de twintigste eeuw meer sieraden gingen dragen, is een aardige tegenhanger voor het eerste decennium van de twintigste eeuw, waarin het kettingwerk evenzeer voor de heren als voor de dames werd gemaakt en dasspelden en vest- en manchetknopen nog een interessant marktaandeel vertegenwoordigden. Ook bij de klederdrachten zaten veel ornamenten, zowel voor mannen als voor vrouwen. Veel belangrijker is echter dat het groeiend aantal mannen dat een groeiend aantal sieraden bezat, en die opvallend zichtbaar droeg, het begin van het einde symboliseerde van de eeuwenoude karakteristiek die zo’n zware stempel heeft gedrukt op de geschiedenis van het Nederlandse sieraad in de twintigste eeuw. De weerstand tegen het tonen van welstand op het eigen lichaam nam onmiskenbaar af. Het succes van het poldermodel in politiek en economie werd bij uitstek zichtbaar in het kleine cultuurfenomeen dat het onderwerp van dit boek vormt. Dat mannen zichtbaar gouden en zilveren kettingen gingen dragen, bijvoorbeeld over een kraagloos shirt of onder de open kraag van een duur overhemd, mag in dit boek over Nederlandse sieraden een wapenfeit worden genoemd. Armbanden met brede naamplaatjes, zoals in het vorige reeds beschreven, kwamen onder de manchet van het overhemd uit; horloges bezet met diamanten of kleurstenen en zware trouwtrouwringen met diamanten werden niet alleen binnenskamers gedragen. Er werd gepronkt en mannen vormden een actief onderdeel van het consumerende publiek dat juweliers, warenhuizen, galerieën en antiquairs afstruinde op zoek naar persoonlijke ornamenten. Natuurlijk zijn daar nuances in aan te brengen. De heer van stand met zijn zware horlogekettingen fraaie platina boord- en manchetknopen uit het begin van de twintigste eeuw mag in sociaal opzicht niet gelijk worden gesteld aan de zonminnende Nederlandse man van de jaren negentig, die zowel tijdens vakantie bij zijn zwembroek als in de disco in zijn eigen buurt met zijn minstens zo zware gouden halsketting pronkte. De vermenging van de Nederlandse bevolking met culturele minderheden en met name met mannen uit culturen waar het tonen van bezit op het lichaam norm is, zal samen met muziekculturen als rap, disco en soul van invloed zijn geweest op het toenemende vertoon van mannensieraden. In de Verenigde Staten waren het in eerste instantie de zwarte drugsdealers die hun op criminele wijze verworven kapitaal in een opzichtig gedragen investering in edelmetaal toonden. Het beeld van een donkere man in sportkleding of in een andere, uiterst informele kledingcombinatie met daaroverheen één of zelfs meerdere gouden kettingen, werd een cliché waar in speelfilms en muziekclips gretig gebruik van werd gemaakt. Groep trouwringen als de Rastafarians en de B-boys fungeerden misschien niet direct als rolmodellen, maar ze maakten beslist iets wakker bij met name de jonge Nederlandse mannen. Die wenden zich heel geleidelijk aan het dragen van kettingen, armbanden en andere sieraden als trouwringen en dasspelden. Voor een aantal zal de confrontatie met die on-Nederlandse overdaad een kwestie van OTT of ‘over the top’ zijn geweest, maar dat ietwat stoute tal de aantrekkingskracht van sieraden op mannen op den duur eerder aangewakkerd dan getemperd hebbend.
Omstreeks 1985 werden er in Edel afgegeven dat het sierraad een groeimarkt zou worden. In juli 1983 wijdde het vakblad een artikel aan de terugkeer van de gouden manchetknopen. Het werd één van de belangrijkste details van het modebeeld van dat jaar genoemd en er werd een aardige uitspraak van de Franse modekoning Yves St. Laurent aangehaald om dat te staven: ‘de manchet betekent niet alleen het einde van de mouw, maar is vooral het begin van de goede smaak. In de jaren tachtig hechtte men meer en meer aan uiterlijk vertoon, wat onder meer leidde tot de herwaardering van een accent als de manchetknoop. Met name de gouden manchetknoop werd geschikt geacht voor mannen en vrouwen. Het goud voerde in deze jaren namelijk de boventoon in de omzet aan edelmetaal in Nederland. De potentiële markt aan sieraden voor mannen leidde echter eerst tot zelfinspectie. In een artikel in oktober 1983 over de ontdekking van de hedendaagse man werd het traditionele beeld van de oerdegelijke en conservatief ingestelde Nederlandse huisvader bijgesteld. De vertegenwoordigers van de branche werden aangespoord om zelf wat meer te gaan dragen. ‘Een autoverkoper komt overtuigender over wanneer hij in een auto van “eigen merk” rijdt. Trendsetters die de stap naar sieraden met diamant hadden gemaakt, waren vooral de jonge managers en tv-persoonlijkheden. Bij het artikel stonden sieraden afgebeeld van Juwelenindustrie Van den Eersten BV, met onder meer een set bicolor herenaccessoires met briljant, waaronder een dasklem, een set manchetknopen, een sleutelhanger en een horlogeketting.